De doorloper wint

Oh jongens, die zomerochtenden. Naar buiten in een hempie. Dat de zon al lekker bezig is om 6:30 uur. Wat een feest. En wat een mooie periode om de blik weer op het najaar te richten. Het najaar waarin de halve en hele marathons wachten, de Dam tot Damloop, de Zevenheuvelen en weet ik wat voor moois.

20171118- Fast Five © Annemarie Dekker-1

Foto: Annemarie Dekker

Bij de Vondelgym gaan we weer aan de slag met een groep lopers die zich op een marathon voorbereiden met Energy Control; trainen op hartslag, drie of vier keer per week lopen en niet meer dan een kilometer of 14. Dat je daar hele goede resultaten mee kunt halen, hoef ik hier niet meer te verkondigen, dat hebben we inmiddels dubbel en dwars aangetoond.

Zelf begin ik deze week, buiten de gym om, mijn eigen kleine groepje marathonlopers klaar te stomen. Twee van dat groepje beginnen aan hun derde cyclus bij mij. Hun eerste marathon liepen ze onder de 3 uur en 30 minuten, de tweede ging onder de 3 uur 15. De derde? Zo mooi om te zien wat er gebeurt als mensen zich vastbijten in de training en nog veel mooier is het als ze echt het plezier in lopen hebben ontdekt.

Wie er plezier in heeft, blijft lopen en dat – continuïteit – is een niet erg sexy, maar wel cruciale voorwaarde voor succes. Een zwaar onderschatte voorwaarde. Ook dit jaar staan weer duizenden lopers aan de start van de verschillende najaarsklassiekers met als doel ‘sneller te zijn dan vorig jaar’. En dat terwijl ze van november tot en met april geen meter hebben hardgelopen. Soms lukt het ook nog dat doel te bereiken. Dat zegt alleen niet zoveel, omdat je niet weet waar de lat had kunnen liggen. Ook heb je met zo’n toevalstreffer geen stijgende lijn te pakken die lang zal duren. Voor een langzaam en blijvend stijgende prestatiecurve is continuïteit nodig.

Dat betekent zeker niet dat de boog het hele jaar gespannen moet staan. Sterker nog, beter niet. Na de finish en het einde van de ene trainingsperiode is het eerst tijd voor herstel. Daarna voor lekker lopen. Zonder schema, beetje over de paden en lanen dwalen. Na die periode in de twillight zone, vind ik het zelf een verademing als het weer tijd is voor een trainingsschema. Lekker, structuur. Focus.

Heb je in die tussentijd goed je rust gepakt en ben je een beetje blijven lopen, dan zul je merken dat je instapniveau bij het starten van een nieuwe voorbereiding net even hoger is. Dat geeft een kick.

Aan de slag!

Advertisements
Posted in Uncategorized | 1 Comment

Redemption Run

Zoals ik hier eerder beschreef verliep mijn Boston Marathon niet zoals ik me had voorgesteld. Dat kan gebeuren, de marathon is een vurige hengst en die beteugel je niet zomaar. Maar ja, tot vlak voor Boston was ik toch zo lekker in vorm geweest. Mijn training ging superlekker en voorspelde veel moois. Zonde!

15772158-2eb6bf9661bcb1e796c8

Ik zat in het vliegtuig terug met een lijf vol emoties. Balen van de marathon, vol van de indrukken die ik opdeed in New York en Boston en ronduit euforisch omdat Matthijs de Ligt even daarvoor in Turijn Ajax naar de halve finale van de Champions League kopte. That’s a lot.

Ik wist dat op 12 mei de marathon van Utrecht op het programma stond. Ik had een trainingsschema opgesteld voor iemand die ‘m ging lopen (die verbeterde daar trouwens zijn pr met dik zes minuten naar 3:15. Martin!!!). Dus natuurlijk wist ik dat. Als ik nu de rest van de week zou uitrusten, dan zou ik twee weken voluit kunnen trainen, een week taperen en dan die marathon lopen.

Theoretisch goed mogelijk. Maar voordat ik me zou inschrijven wilde ik eerst even kijken hoe de eerste twee trainingen zouden gaan. Ik zou als overbrugging tussen de marathons terugvallen op het schema dat mijn Energy Control-coach Martijn Rodijk voor mij had opgesteld in aanloop naar de najaarsmarathons van 2018.

Die gingen goed genoeg om me in te schrijven. Dus stond ik op 12 mei, een kleine vier weken na Boston opnieuw aan de start van een marathon. Dit keer zou ik me netjes aan het hartslagenschema van Martijn houden.

Tussen vijf en tien kilometer moest ik het tempo al iets laten zakken om de hartslag onder controle te houden. ‘Toch te snel na Boston’, dacht ik. Maar vanaf een kilometer of 12 begon de snelheid terug te komen. 4;16, 4:17, 4:16, 4:14. Ik begon aan een inhaalrace die tot het 30 km-punt zou voortduren. Heerlijk.

Bij het 30 km-punt was dat inhaalfeest voorbij. Hier kwamen de lopers van de halve marathon en die van de 10 km er op het parcours bij. Geen eenzame marathonloper meer voor me om op te richten, maar een bomvolle straat met lopers. Jammer! Ik wist mijn tempo redelijk hoog te houden en ben in een keurige tijd gefinisht, 25 seconden boven mijn pr. Had ik een pr kunnen lopen als ik die laatste 12 kilometers op volle stoom door had kunnen pacmannen? We zullen het nooit weten.

Maar it’s all good. De missie was een ‘fatsoenlijke’ marathon te lopen; een marathon met weinig verval en liefst een tijd onder de 3:05. De eerste helft ging in 1:30,36 en de tweede in 1:31,33, resulterend in 3:02,09. Deze meer dan geslaagde marathon helpt mij om meer te genieten van dat prachtige Boston-shirt en die iconische medaille. Ik weet het, dit hardlopersbrein kent vreemde kronkels.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Boston

Dat viel even niet mee. Je reist naar een ander continent om de marathon aller marathons te lopen en tijdens die race zak je volledig door je hoeven. Au! En omdat je van tevoren zo lustig hebt gedeeld over je voorbereiding en je grote plannen voor die race, mag je vervolgens 200 keer gaan uitleggen wat er nu precies misging. Het zal je vast niet verbazen dat ik daar niet heel veel zin in had toen ik met een medaille – wel een hele mooie! – om mijn nek de teleurstelling probeerde weg te relativeren.

IMG_0278

Boston. Oh Boston. Wat een prachtige marathon is het. Sinds 1897 wordt ‘ie ieder jaar gelopen, zoveel historie. De inwoners van Boston waren al dolverliefd op hun marathon, na de aanslag in 2013 werd die band zo mogelijk band inniger. Of ze nu iets met hardlopen hebben of niet, ze juichen de deelnemers hartstochtelijk toe en zetten de deuren van hun stad wijd open voor iedereen die voor de marathon naar hun Beantown komt; lopers, toeschouwers, iedereen. Fantastisch om mee te maken.

Zelf kwam ik de donderdagavond voor de marathon laat aan in New York. Daar was ik nog nooit geweest en ik had er via mijn vrouw een logeeradres, dus een mooie gelegenheid iets van die stad te zien. In de twee dagen die ik doorbracht in die slapeloze stad zag ik er iets te veel van. Toen ik zaterdagavond, de volgende ochtend zou ik vroeg met de bus naar Boston reizen, in bed ging liggen voelde ik de vermoeidheid in mijn benen. Ook in Boston wandelde ik net iets te veel op de zondag voor de marathon. Een reeks van vier veel te korte nachtjes en een niet al te nauwgezet voedingsplan deden vermoedelijk de rest.

De Boston Marathon is een indrukwekkende logistieke operatie. Vanuit de stad moeten 35.000 lopers met bussen naar de start in het plaatsje Hopkinton worden gebracht. Dat ging supersoepel. Zelf ging ik minder soepel. Ik voelde dat ik niet in goeden doen was, maar hoopte dat dit gewoon doemdenken was en dat het allemaal reuze zou meevallen als ik eenmaal van start was gegaan.

Het viel niet mee. Voor het tempo dat ik wilde lopen en dat ik de afgelopen maanden in de training fluitend had aangetikt, moest ik in de eerste tien kilometer al mijn best doen. En die eerste tien kilometer van de Boston Marathon zijn downhill. Mijn hartslag zat zo hoog dat ik gewoon niet geloofde dat die cijfers klopten. Doorbeuken, besloot ik. Misschien dat het wonder geschiedt en het na de eerste helft begint te lopen. Niet dat ik zoiets ooit heb meegemaakt tijdens een marathon, maar misschien vandaag?

Die eerste helft liep ik nog onder de anderhalf uur, maar toen na 26 kilometer de vier Newton Hills kwamen verliet alle vermogen mijn lijf. ‘Als een kerel die heuvels over!’, vertelde ik mezelf. Dat lukte een beetje. Maar toen ik over de top van de laatste – Heartbreak Hill – was gejogd sloegen de krampen toe. Milt, kuiten, voeten. Over en uit. Zien te overleven tot de finish. Over die tweede helft deed ik 20 minuten langer dan over de eerste halve marathon. It wasn’t pretty.

Gelukkig kon ik de laatste 800 meter nog de energie opbrengen om in een redelijk tempo Boylston Street op te draaien, het oorverdovende juichen van de toeschouwers te horen en met mijn armen in de lucht over de finish te gaan.

Heel veel mensen in de VS en ver daarbuiten zouden zo graag een keer Boston lopen, maar gaan dat nooit meemaken omdat ze de kwalificatietijd niet halen. Dus om daar te mogen starten is al een privilege. Dat moest ik in de dagen na de marathon even heel goed beseffen. Sowieso, naar de VS te vliegen om daar mee te doen aan een van de mooiste sportevenementen is een geschenk op zich. Ik heb er een felbegeerde medaille, bijbehorend finishers’ shirt en mooie herinneringen aan over gehouden.

Dat ik beter kan, weet ik. In de komende jaren loop ik vast nog wel een keer een tijd die goed genoeg is om aan de start in Hopkinton te mogen verschijnen. Dus Boston: thank you, see you again!

Posted in Uncategorized | 4 Comments

Afbouwen en vertrouwen

Het is de week van het vertrouwen. De week van het loslaten misschien ook wel. Accepteren. Dat soort termen. En nee, dit gaat niet over zelfhulp. Ik heb het over hardlopen en, meer specifiek, over de marathon! Aanstaande zondag staan er aardig wat Vondelgymleden onderaan de Rotterdamse Erasmusbrug te luisteren naar Lee Towers die – al dan niet toepasselijk – You’ll Never Walk Alone zingt.

PHOTO-2019-03-23-14-26-20

Deze Vondelrunners trainden (en trainen) onder begeleiding van coach Martijn Rodijk (r) volgens het principe Energy Control. Trainen op hartslag en niet verder dan 14 km (of 16/17 voor hele snelle lopers).

En dus is het deze week taperen geblazen. Ofwel afbouwen. Dat betekent dus niet zoals veel mensen hardnekkig denken ‘benen omhoog en pasta eten’, maar afbouwen; vandaar de term taper, wat toelopend betekent. Je doet tijdens die afbouwperiode kwalitatief hetzelfde als in de weken ervoor, maar kwantitatief minder. Liep je tijdens de laatste grote week in de voorbereiding bijvoorbeeld 8 x 1000 meter in een training, dan loop je in de taperperiode bijvoorbeeld de helft daarvan.

Verder is genoeg slapen en lekker veel water drinken belangrijk. In de lijstjes met marathontips die je in deze periode te pas en te onpas voorbij ziet komen is vaak nog het adagium ‘voorkom stress’ opgenomen. Tja. Dat zouden we allemaal iedere week wel willen. Als je je druk gaat maken over het voorkomen van stress…

In zo’n laatste week kun je qua training niks meer opbouwen, je kunt nog wel een en ander verknallen. Bijvoorbeeld door de woensdag voor de marathon toch nog even 20 kilometer op marathontempo te trainen om te testen of het goed zit. Of drie dagen voor je marathon een vriend helpen verhuizen. De dag van tevoren twee uur gaan winkelen. En nee, dit zijn geen fictieve voorbeelden.

Je hebt het grootste deel van de klus geklaard, het hooi ligt in de schuur. Je mag erop vertrouwen dat je goed bent voorbereid en als dat niet zo is, ga je het in deze periode niet alsnog voor elkaar krijgen. Berusten dus of liever: vertrouwen.

Het is vooral heel leuk om een marathon te lopen. En als je de afgelopen maanden hebt getraind, dan kun jij dit. Ga behoudend van start, neem elke drankpost een bekertje drinken, vergeet niet om je heen te kijken en steek je armen in de lucht als je finisht. Veel plezier!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Over de muur

Het jaar 2019 belooft een heel bijzonder loopjaar te worden. Over iets minder dan vijf weken sta ik aan de start van de ‘Marathoner’s Marathon’, the 123rd running of the Boston Marathon. Yeah!

running.nl0073

Rick Geurtsen (r) en Michaelrobbert Brans (l) tijdens de lancering van RunningNL.

Een maand later staat een heel bijzonder avontuur op het programma: the Great Wall Marathon in China. Dat ik daarheen mag heb ik te danken aan twee bijzondere mannen: Michaelrobbert Brans en Rick Geurtsen.

Mike en Rick gaan een halve marathon over dat bizarre bouwwerk rennen met een extra uitdaging. De ene doet het op een been en een blade (Rick) de ander op een been en krukken (Mike). Rick heeft me gevraagd als buddy, een eer en genoegen. Naast Mike loopt de fysio van het team, Julia Romanova. Die loopt races van zo’n 60 kilometer door de bergen, dus dat komt wel goed.

De mannen bewijzen al jaren dat je als adaptive sporter veel meer kunt dan veel mensen denken. Dat hebben ze al wel bewezen. Ze hebben het Great Wall-project de RunWithUs2 Challenge gedoopt. Ze willen namelijk dat jij met hen meedoet. Bijvoorbeeld door virtueel ook een halve marathon te lopen, te wandelen, te rollen, te skeeleren, te steppen – wat jij wil.

Hoe je mee kunt doen? Volg de mannen op insta @runwithus2 en zoek ze op Facebook onder Runwithus2challenge. Begin daar eens mee. Nog veel leuker is het als je meedoet via de app Hardlopen met Evy. Download die app, ga in het menu naar ‘Uitdagingen’ en kies ‘Toon jouw steun voor het Run with Us 2 project’. Je hebt dan tot en met 13 mei om 21,1 kilometer – een halve marathon – bij elkaar te lopen. Zo kun jij door virtueel mee te trainen, je support voor de missie van Rick en Michaelrobbert tonen.

Het enthousiasme van Rick en Michaelrobbert voor hun Chinese droom heeft een paar hele mooie partijen geïnspireerd het project mogelijk te maken. Ik noemde net al de Vlaamse Evy Gruyaart die via haar app honderdduizenden mensen in België en Nederland door hun eerste kilometers praatte. IJskoud BV, een bedrijf in koeling dat als missie heeft het fitste bedrijf van Noord-Holland te worden. Dan natuurlijk loopreizen.nl! Naast de forse duit die zij in het zakje deden, kregen zij ook de organisatie van de Great Wall Marathon, Albatros, zover om mee te sponsoren. En sporthorlogemerk Polar, dat zorgt dat we ook kunnen meten of we lekker bezig zijn! Niet de minsten. Dan is er nog 4sport, Ricks sportschool in Alphen aan den Rijn. Fysio Julia met haar bedrijf Corpus Pro. Last but not least is hardloopmagazine (en online platform) RunningNL aan boord. Eigenlijk kwam het hele avontuur in beweging nadat Rick en Michaelrobbert hun verhaal deden in Losse Veter, de voorloper van RunningNL.

Ik weet het, dit is niets minder dan een reclameblok. Maar zonder de steun van deze mensen en bedrijven zou dit mooie verhaal een hersenspinsel van twee eenbenige dromers zijn gebleven. Sport kan inspireren, net als het ombuigen van tegenslag in iets positiefs, zoals Rick en Mike hebben gedaan. Maar pas als mensen openstaan voor die inspiratie gebeurt er iets. En er gebeurt iets! Doe je mee?

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Het onmogelijke mogelijk

Het zou onmogelijk zijn. Wie een mijl liep in minder dan vier minuten zou sterven, een mensenlichaam kon dat niet aan. Op 6 mei 1954 werd Roger Bannister de eerste man die het deed. Op een atletiekbaantje in Oxford liep de geneeskundestudent 1600 meter in 3 minuten 59 seconden en 4 tienden. Dat was op zichzelf al een wonder, maar wat erna gebeurde was eigenlijk nog veel interessanter.

GetFileAttachment-2

Foto: Martijn de Vries voor Mainline.

Slechts 46 dagen na Bannisters prestatie liep de Australiër John Landy in de Finse stad Turku de mijl in 3:57.9. Nog geen twee maanden later stonden Landy en Bannister tegenover elkaar in een race die de geschiedenis is ingegaan als The Miracle Mile. Dit keer liepen beide mannen onder die tot voor kort onhaalbaar geachte vierminutengrens. Het jaar erop braken nog drie atleten de grens en binnen 2,5 jaar waren er tien hardlopers die het voor elkaar kregen.

Alsof Bannister een geheime code had gekraakt, die het mogelijk maakte dat atleten onder de vier minuten konden duiken. Dit wordt wel het Bannister-effect genoemd. Iemand slecht een magische grens, waardoor die grens zijn magie verliest en menselijk wordt, haalbaar. Landy was al een paar keer heel dicht bij de 4 minuten in de buurt geweest, maar pas nadat Bannister het deed, was de ban gebroken.

In 2011 liep de Amerikaan Dakota Jones een FKT (fastest known time) op de onder trailrunners befaamde double crossing van de Grand Canyon, ook wel ‘rim to rim to rim’ genoemd. Heen en weer door de Grand Canyon in Arizona. Ruim 68 kilometer lang met meer dan drie kilometer klimmen. Jones deed het in 6:53:58. Na zijn record voorspelde hij dat binnen vijf jaar iemand het in een tijd onder de zes uur zou doen. Dat was op dat moment nogal een gewaagde uitspraak, totdat Jim Walmsley verscheen op trailtoneel. Walmsley heeft nu het record op 5:55 gezet en heeft daarmee zo’n beetje de regels herschreven van hoe je een route en een afstand als de Double Crossing aanpakt.

Het meest sprekende voorbeeld van het Bannister-effect zie je momenteel op de marathon. Okay, er is daar maar een iemand die alle anderen overheerst, maar die creëerde een Bannister-effect voor zichzelf. Eliud Kipchoge won alles wat er te winnen viel, maar liep tot september 2018 nog nooit een wereldrecord. Dat stond sinds 2014 op naam van zijn landgenoot Dennis Kimetto, die in Berlijn 2:02:57 liep. Een aantal lopers, onder wie Kipchoge, kwam heel dicht in de buurt van die tijd, maar allemaal bleven ze op een paar seconden steken.

Nu heeft Kipchoge in 2017 de marathonafstand afgelegd in 2:00:25. Veel en veel sneller dan iemand tot een paar jaar geleden voor mogelijk had gehouden. Puntje: het was geen officieel wereldrecord, want Kipchoge kreeg hulp van steeds wisselende tempomakers en werd uit de wind gehouden door een groot scherm dat voor hem uit werd gereden, vast gemaakt op een auto die ook nog eens exact het recordtempo reed. Maar, de Keniaan had wel degelijk de 42,195 kilometer afgelegd in krap boven de twee uur. Ik twijfel er niet aan dat deze prestatie op Kipchoge het Bannister-effect had en hem in staat stelde om in september 2018 het wereldrecord van Kimetto te verbreken. Wat zeg ik, te verpulveren. Kipchoge liep 1 minuut 18 van het oude record af. Monsterlijk, maar voor hemzelf geen verrassing meer.

En ook jij hebt waarschijnlijk het Bannister-effect wel meegemaakt in je hardlopen. Die ene race die zo ontzettend lekker gaat en waarin je een flinke hap van je persoonlijk record neemt. Dat moment waardoor je ineens ziet dat je veel meer kunt dan je tot dan toe voor mogelijk hield. Mijn laatste marathon was zo’n moment. Ik liep ineens weer veel sneller dan ik nog in de benen dacht te hebben en kwam dicht in de buurt van de 3 uurgrens. Nu denk ik: let’s go for it!

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Lief dagboek

Lang geleden, toen er nog geen apps waren en hardloophorloges niet of nauwelijks bestonden, was het bijhouden van een trainingslogboek een gangbare praktijk voor iedere serieuze hardloper. Afstanden, tijden, waar je had gelopen, eventueel met wie en vooral hoe de training ging. Een mooie manier om je vorderingen bij te houden. En bovenal een schat aan informatie die je later weer kunt gebruiken om te analyseren wat je succes heeft opgeleverd of juist waar het zo mis is gegaan.

DSC04962

Twiskemolenloop, halve marathon. Eindtijd 1:27:44, gemiddelde snelheid 4:10 per kilometer, gemiddelde hartslag 160, gemiddelde pasfrequentie 179. Wat ontbreekt in de gegevens is dat de dame achter mij een pr en een parcoursrecord (1:27:42) liep. Dat het een mooie dag was. Foto: Jan Horstman

Na een training klik ik een keer of twee op mijn horloge en als mijn telefoon in de buurt is, wordt mijn activiteit opgeslagen. Op mijn telefoon of laptop kan ik terugzien wat mijn tempo was, hoe hoog mijn hartslag, hoeveel passen per minuut ik zette, wat de gemiddelde lengte per pas was en tenslotte krijg ik te horen hoe lang ik moet herstellen om tijdens de volgende training te kunnen presteren. Dat is nogal wat. Hoe langer je met een horloge traint, hoe beter dit klokje je leert kennen en hoe preciezer de uitspraken over hersteltijd en hartslagzones worden.

Wat niet tussen al die trainingsdata staat, is hoe ik me voelde tijdens de training. Natuurlijk, uit de hoogte van mijn hartslag bij een bepaald tempo kan ik een beetje afleiden of het makkelijk ging of dat het zwoegen was, maar dat getal komt wat mij betreft niet altijd overeen met de werkelijkheid, mijn werkelijkheid. Soms corresponderen de data niet met het gevoel dat ik zelf tijdens of na het lopen had.

Iets anders wat ontbreekt in die prachtige getallenreeksen en grafieken is informatie over pijntjes. Een opkomend gezeur in je linkerknie. De schoenen die zo lekker liepen, maar nu aanvoelen alsof je op slippers loopt. Maag-darmklachten. Aan de hand van je logboek kun je zo terugvinden waar een blessure begon of dat je steevast de dag nadat je pittig hebt gegeten wordt gedwongen tot een pitstop tijdens je intervaltraining. Dingen die je in de toekomst anders kunt aanpakken.

Subjectieve beleving en het registreren van eventuele lichamelijke ongemakken zijn minstens zo relevant als paslengte, hartslag en tempo. Daarom kan het heel nuttig zijn om een trainingslogboek bij te houden. Ik schrijf dit alsof ik het al jaren doe, maar dat is zeker niet het geval. Met de start van het trainingsschema dat mij in blakende vorm moet afleveren op de startlijn in Hopkington, Massachussetts ben ik gaan ‘loggen’. Vandaag was dag 31, de Boston Marathon is op dag 99.

Zelf vind ik het heel leuk om te doen, dat zal je wellicht niet verbazen. Ook al ben ik nog maar een maand onderweg, nu al is het interessant om mijn gedachten bij de eerste paar trainingen terug te lezen. Ongelooflijk hoe snel je dingen vergeet. Al kan dat ook met mijn leeftijd en geschiedenis van drank- en drugsgebruik te maken hebben. Hoe dan ook; probeer het ook eens! Zelf doe ik het iedere dag, pak ik dus ook de rustdagen mee, maar je kunt het loggen ook beperken tot de dagen dat je hebt hardgelopen. Je kunt er weer mee stoppen als jouw goal race achter de rug is. Wat voor weer was het? Nieuw rondje gelopen? Was dat voor herhaling vatbaar? Waar dacht je aan?

Meten is weten, maar wil je écht inzicht in het functioneren van je lijf? Schrijf.

Posted in Uncategorized | 2 Comments