Hardlopen bij de Vondelgym

Wat een prachtige nieuwe gym hebben we erbij! Vorige week opende Vondelgym een derde locatie, dit keer midden tussen de kantoren op de Amsterdamse Zuidas. Ook hier kun je weer terecht voor je daily shot of excercise. Boksen, crossfit, yoga, fitness, mobility, hardlopen en in Zuid ook nog pilates! En ook hier gaan we er weer voor zorgen dat onze leden er met plezier komen sporten, dat je de mensen kent en zij jou, dat het aanvoelt als een vereniging.

Met het openen van de derde vestiging zijn er een aantal veranderingen in de roosters wat betreft onze running-tak. Een aantal trainingen zijn verschoven of gaan we in andere vorm aanbieden.

2L5A0899

Foto: Pim Rinkes

Beginnerstraining
De belangrijkste wijziging is de manier waarop we beginnerstrainingen aanbieden. Tot nu toe hadden we op woensdagavond een beginnerstraining in West en op maandagavond eentje in Oost. Dat gaan we anders doen; we pakken het projectmatig aan. Als jij wilt starten met hardlopen of opnieuw wilt beginnen en het grondig wilt aanpakken, dan kun je meedoen aan een 12-weekse cursus. In die 12 weken bouwen we toe naar het punt waarop jij een solide 5 kilometer kunt hardlopen, met aandacht voor een goede looptechniek. We bieden deze cursus ieder trimester aan, steeds in een andere vestiging. We beginnen in januari in Zuid. Tweede trimester en derde trimesters vanuit de andere vestigingen. Ben je lid in West of Oost en wil je in januari toch meedoen? Geen probleem, deze beginnerscursussen zijn steeds open voor alle Vondelgymleden.

Long runs
Sunday is run day, geldt voor heel veel hardlopers. De zondag is bij uitstek de dag dat je even lekker een eind gaat lopen. Vanuit West vertrekt er iedere zondag een groepje voor een lange(re) duurloop onder leiding van coach Jermain Breidel aka JB aka Zze Body. Vanuit Zuid neemt Niels Gommers je mee voor een fijn eindje rennen. Waarheen en hoe lang verschilt van week tot week, maar onder 12 kilometer zal het nooit zijn. Uitgangspunt van de long runs is ‘samen uit, samen thuis’. Snellere lopers keren regelmatig om en sluiten dan weer achteraan bij de groep om de boel bij elkaar te houden. Dus, maak je geen zorgen.

Krachttraining voor runners
Op zaterdag in West en op zondag in West is er een krachttraining voor hardlopers. Werken aan een sterkere core en sterke benen, explosiviteit en coördinatie onder leiding van coaches Roos en Yasmin. Roos en Yasmin hebben wedstrijdervaring op hoog niveau en hebben een fantastische looptechniek. Daar valt met andere woorden veel te leren.

Intervaltraining
We zijn nu bijna vier jaar bezig met hardlooptraining bij de Vondelgym, maar het is nog steeds zo dat een deel van onze leden geen idee heeft wat een hardlooptraining nu precies inhoudt. Regelmatig vragen leden hoe ver we lopen tijdens een training. Vooropgesteld: het zijn geen duurlopen. Als ik in een looptraining bij de gym aan een totaal van 7 of 8 kilometer kom, is het veel. En dat is zeker geen aaneengesloten geheel. Het gros van onze trainingen is intervaltraining: een warming up-gedeelte (eventueel met wat techniektraining), een kern waarin we een vorm van interval doen en een cooling down. Die intervals loop je naar eigen vermogen. Denk jij dat je te langzaam bent om mee te kunnen doen? Niet nodig! Iedereen werkt de training af naar eigen vermogen. Net als bijvoorbeeld bij crossfittrainingen waarbij je een WOD scaled kunt doen.

Marathon
Afgelopen zomer hebben we voor het eerst een marathonprogramma gedraaid met een externe trainer. Hoewel extern; Martijn Rodijk is al jaren lid, maar geen trainer bij Vondelgym. Een groep van 12 leden trainde volgens het principe van Energy Control naar een najaarsmarathon (Berlijn, Amsterdam, New York, Florence). Dat betekende niet verder dan 14 km trainen, pittig trainen, voldoende rusten en herstellen en altijd op hartslag trainen. Ook nu staat er weer een groep op het punt om te beginnen aan een traject naar de voorjaarsmarathons. Als Vondelgymlid krijg je 100 euro korting bij Martijn (je betaalt dan 175 euro). Je kunt nog meedoen (mail mij als je interesse hebt)!

PT en schema’s
Wil je één-op-éénbegeleiding in het hardlopen of een trainingsschema om je voor te bereiden op een running event, dan kun je uiteraard een van onze running coaches in de arm nemen tegen pt-tarief. Je kunt daarvoor de coaches persoonlijk benaderen of mij mailen (mailadres onderaan dit blog), dan breng ik je in contact met een van onze trainers.

Kom rennen!

(klaas@vondelgym.nl)

Advertisements
Posted in Uncategorized | Leave a comment

En door!

Als dit weekend de Zevenheuvelenloop erop zit, zetten we een punt achter het loopjaar 2018. Tuurlijk, er wordt vast nog ergens een wedstrijdje gelopen, maar voor de meeste lopers geldt dat de medailles binnen zijn en nieuwe doelen heel ver weg. Typisch zo’n periode om weg te zakken in weinig doen en je over te geven aan het bovenmatige consumeren dat gepaard gaat met de laatste maanden van het jaar. Je kunt het ook anders aanpakken.

runner_project-5

Foto: Sukru Mese/Instagram: @50mmsport

Nieuwe doelen stellen! Niets maakt het makkelijker om in herfstig en winters weer toch de deur uit te gaan dan een goede reden. Weten dat je in het voorjaar weer iets moois wilt presteren. Kies nu alvast die wedstrijd in maart of april uit en je zult zien dat je de motivatie vindt om te blijven trainen. Dat trainen hoeft trouwens echt niet zo heftig te zijn. November en december lenen zich goed voor onderhoud; geen hele lange duurlopen of beesten van intervaltrainingen, maar wel iedere week een rustige 15 of 16 kilometer en één training met wat snelheid erin. En een hele goede periode om even stevig krachttraining te doen. Is het dan tijd om aan een nieuw trainingsschema te beginnen, dan hoef je jezelf niet uit een moeras te trekken.

Het grootste compliment dat we als trainers kunnen krijgen, is dat lopers kort nadat ze hun race hebben gelopen, de blik willen richten op een volgend evenement. Veel van de lopers die we afgelopen zomer hebben getraind in voorbereiding op een najaarsmarathon, hebben nu een voorjaarsmarathon op het oog. Of komen alweer naar de trainingen bij de Vondelgym, omdat ze lol in hardlopen hebben gekregen. En dat is het hoogst haalbare in het lopen, de beste basis voor goede resultaten.

De dag nadat ik de marathon van Berlijn had gelopen, schreef ik me in voor de legendarische Boston Marathon in april. Waar ik voor Berlijn en Amsterdam trainde volgens het principe van Energy Control (intensief en op hartslag, maar relatief weinig kilometers), ga ik voor Boston weer klassiek trainen. Veel kilometers maken, maar dit keer wel met een hartslagmeter om mijn borst. Lage hartslag als het schema ‘easy’ voorschrijft en ook tijdens tempotrainingen niet koste wat kost een bepaalde tijd per kilometer willen lopen, maar hartslag bepalend laten zijn.

Niet iedereen snapt waarom ik niet ook voor Boston met dat magische hartslagschema ga trainen. Daar liep ik immers twee keer achter elkaar een pr op de marathon mee? Klopt, maar ik ben er ook van overtuigd dat er meer wegen naar Rome leiden en dat je met een ‘klassiek’ schema net zo goed resultaat kan boeken als je je gezond verstand (lees: hartslagmeter) gebruikt. Daarnaast hou ik ook enorm van lange duurlopen en af en toe langzaam lopen en daar kwam ik met Energy Control niet aan toe. Volgend najaar ga ik weer lekker met trainer Martijn Rodijk in zee.

Aan de slag dus! Mijn eigen schema begint een week na oud en nieuw. In de tussentijd is het tijd om aan mijn krachttrainingskills te werken. En is er alle ruimte om lekker te lopen. Hoera!

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Start spreading the news

Met Vondelrunners Sander Bosgraaf en Marsha van Doorn aan de start van de New York Marathon nadert het Energy Control-project van de Vondelgym z’n einde. We hadden lopers in Berlijn en Amsterdam en Rutger Plink staat eind deze maand als laatste van het team aan de start van de marathon van Florence. Zelfs nu de laatste drie lopers nog moeten, kunnen we al wel van een succes spreken. Iedereen is tot dusver gefinisht én er zijn een paar persoonlijke records gesneuveld!

d39321a1-7a2f-48cb-b1eb-2940f4278bd2

Vondelrunner Robert Schouten snelt over de Amstelveenseweg naar een tijd van 3:25, een heel dik PR. Foto: Martijn Rodijk

Wat was het ook alweer, dat Energy Control? Dat is het schema waarmee je in de aanloop naar een marathon nooit verder dan 14 kilometer loopt – 16 of 17 voor de snellere lopers. Je loopt drie of vier keer in de week en doet alles op hartslag. Zo zorg je dat je precies in de goede zones traint en voorkom je dat je te vaak in het rood loopt; harder traint dan goed voor je is. De belasting van het urenlang lopen bewaar je voor de dag van de marathon.

Onze ervaringen wat betreft het trainen zijn nogal uiteenlopend. Sommige lopers hadden in het eerste deel van het trainingsschema voortdurend het idee dat ze met de handrem erop liepen. Bij hen zat de hartslag zo snel op het voorgeschreven niveau dat ze het gevoel hadden dat ze moesten wandelen om het aantal slagen per minuut daar te houden. Naarmate het schema vorderde en de vorm kwam, merkten ze dat ze steeds harder konden lopen bij die ‘lage’ hartslag.

Zelf had ik na de eerste trainingen juist het idee dat er iets niet klopte. Ik moest voortduren keihard rennen om de gewenste hartslagen te halen. Mijn meest relaxte training ragde ik er nog op hoog tempo door. Dat zat zo: hoe sneller je die marathon kunt lopen, hoe dichter je bij de omslagpunt in de buurt loopt en dus hoe harder je aan de bak moet tijdens de trainingen. Vooral de zaterdagtrainingen, waarin we lange afstanden op een relatief hoge hartslag moesten lopen, vond ik best pittig.

Over onze ervaringen tijdens de marathon zijn we aardig eensgezind: die zijn uitstekend. Het lopen op een hartslagschema zorgde ervoor dat we niet te hard van start gingen, het bood een mooie richtlijn en hield je je er netjes aan dan kon je daarmee voorkomen dat je veel verval had in de laatste kilometers. Tijdens mijn eerste marathon op dit schema in Berlijn voelde ik me nog ijzersterk in de laatste tien kilometer en liep ik naar een pr. Dat ik vijf weken later in Amsterdam nog eens 2 minuut 20 van dat pr afliep, daar was ik stomverbaasd over.

Voor mij is het dan ook zeker niet de laatste keer dat ik me met Energy Control voorbereid op een marathon. En ook zeker niet de laatste keer dat ik me daarbij laat begeleiden door Martijn Rodijk vanuit zijn onderneming Njoyergy. Vanaf de inspanningstest tot na de finish heeft hij alle lopers met zijn kennis en enthousiasme gerustgesteld, gemotiveerd en geprikkeld waar nodig. Hij heeft een van onze lopers zelfs geholpen bijna 20 kilo kwijt te raken in het traject naar zijn marathon. Grote klasse.

Als het aan Martijn en mij ligt gaan we weer een lading Vondelrunners klaarstomen voor de voorjaarsmarathons. Ben je lid van de Vondelgym en wil jij in het voorjaar een marathon lopen en heb je geen tijd of geen zin om per week uren en uren hard te lopen? Ben je blessuregevoelig of vind je dat je eerst een paar kilo kwijt moet? Stuur een mailtje naar klaas@vondelgym.nl. Als er voldoende animo is, willen we weer een groep starten.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Amsterdo’s en Amsterdon’ts

Pang! Het startschot klonk en niet lang daarna stoof een groep Oost-Afrikaanse lopers het Olympisch Stadion uit. Normaal prachtig om te zien, maar nu niet. Ik stond namelijk nog met honderden anderen te dringen om het stadion in te komen en ook van start te gaan. Ik had achter de pacers voor 3:15 aan willen lopen en die zouden tegen de tijd dat ik over de startmat zou gaan al minuten onderweg zijn. Zo’n beginnersfout ging ik niet nog een keer maken, beloofde ik mezelf. En na het lezen van dit verhaal weet jij ook beter.

10409008103_09d4741c82_o

Langs de Amstel tijdens mijn eerste Amsterdam Marathon in 2013 (for those who care: eindtijd 3:21).

Zondag wordt de 43e Amsterdam Marathon gelopen en ik doe voor de vijfde keer mee. ‘Ga je weer Amsterdam lopen?’, wordt me soms vol ongeloof gevraagd. Dat mensen niet begrijpen waarom je op herhaling gaat in Amsterdam heeft te maken met het parcours: saai. Amsterdam staat te boek als een stadsmarathon, maar vergeleken met die van Londen, Parijs, Berlijn of New York is onze marathon dat eigenlijk niet. Of niet echt. Na een kilometer of 13 ga je stad uit en pas bij kilometer 31 kom je weer echt in de bewoonde wereld. Een heel stuk Amstel en een niet al te gezellige tour over een bedrijventerrein in Zuidoost gaan daaraan vooraf.

Maar! Het is wel ónze marathon. Hier in Amsterdam. Je kunt er op de fiets heen. Je loopt over straten die je door en door kent en als je die 42,195 kilometer erop hebt zitten ben je zo weer thuis! De grootste bonus van onze marathon is wel dat je mag finishen in het Olympisch stadion. Starten ook, maar dat is eigenlijk vooral een beetje onhandig met zoveel mensen.

Met het oog daarop doe je er verstandig aan lekker de tijd te nemen op marathondag. De start is om 9:30 uur en ik raad je aan zo rond 8:15 in de buurt van het Olympisch Stadion te zijn. Dan heb je de tijd om je om te kleden, een Dixi op te zoeken, je tas af te geven, nog een keer een Dixi op te zoeken en zo tegen 8:45 uur het stadion in te schuifelen. Als je zo vroeg binnen bent heb je nog tijd en ruimte om een beetje warm te lopen. En nog een keer een Dixi op te zoeken, want die staan ook in het stadion. Je zult zien dat de startvakken om 9:15 uur zo goed als gevuld zijn. Probeer je even na 9:00 uur het stadion in te komen, dan heb je dikke kans dat je nog buiten staat als het startschot klinkt. Geen ramp, je tijd begint pas te lopen als je over de start gaat, maar toch; je wordt er onrustig van en mik je op een tijd onder de 3:30, dan wil je niet te ver achteraan beginnen.

Vooral de eerste kilometers is het namelijk nogal druk op het parcours. Het is zelfs niet ongebruikelijk dat je vlak na het verlaten van het stadion bijna stil komt te staan op het punt waar je een bocht van 90 graden maakt de Amstelveenseweg op. Kies met het oog daarop de buitenbocht, liever een paar extra meters dan stilstaan in het gedrang. Hoe verder de marathon vordert, des te meer ruimte er ontstaat op het parcours. De eerste twee drankposten is het nog even goed opletten. Die staan op 5 en op 11 kilometer. Mensen doen de raarste dingen bij zo’n post. Ineens naar rechts (of links) zwenken om een bekertje te pakken of plotseling stil blijven staan om te drinken. Echt. Sorteer 100 of 150 meter voor die posten alvast voor. Met bordjes wordt aangegeven dat er een post aan komt en op dat moment kun jij alvast een beetje aan de kant van de weg gaan lopen.

Dat saaie stuk tussen de Amstel en Oost. Taai. Zorg daar dat je focust op je kilometertijden en hoe dan ook op iets anders dan hoever je nog te lopen hebt. Bijvoorbeeld of je houding nog goed is; rechtop, armen gebruiken, kort grondcontact. Vertel jezelf hoe lekker je bezig bent en voel je iets van vermoeidheid, denk dan aan al die keren dat je stuk bent gegaan in training en het toch hebt afgemaakt. Helemaal mooi is het als je op dit saaie stuk achter iemand aan kan lopen. Figuurlijk vastbijten in die rug en niet loslaten tot je tussen het publiek in Amsterdam-Oost bent. Daar wordt het weer gezellig.

Amsterdam is zo plat als een pannenkoek, maar de hobbel die erin zit, vind je op een tamelijk rottige plek. Net als het ‘alle hens aan dek tot de finish’ is, duik je tussen 36 en 37 kilometer naar beneden onder een viaduct door en krijg je een klim voor de kiezen terug naar straatniveau en vervolgens nog een stukje hoger over de Torontobrug over de Amstel. Je zult veel mensen zien die daar gaan wandelen. Gebruik dat. Denk bij iedere wandelaar die je inhaalt ‘ik niet!’. Herhaal dat tot je boven bent, kleine pasjes maken, niet teveel kracht willen gebruiken. Kom op adem als je weer een stukje daalt. Nog even doorbijten en je bent in het Vondelpark.

Een fout die je niet wilt maken in de laatste vijf kilometer, is teveel focussen op de kilometers die je nog moet. Denk niet aan ‘nog vijf’, ‘nog vier’ of ‘nog drie’ kilometer, maar richt je aandacht steeds op niets anders dan de kilometer voor je. ‘Deze kilometer goed doorkomen’. Dat is alles waar je mee bezig wilt zijn. Pas als je op de Amstelveenseweg bent met nog anderhalve kilometer te gaan, laat je dat los. Je weet nu dat je gaat finishen, geniet daar alvast van, dan neemt je lichaam het over en zul je zien dat je toch nog net iets sneller kunt lopen.

Kijk om je heen als je het stadion inkomt. Hoor de muziek. Die is waarschijnlijk slecht en bombastisch, maar dat geeft niet. Dit is jouw moment. Steek die armen in de lucht voordat je de finish overgaat – is leuk voor de foto. You did it!

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Don’t try this at home

Als hardloper moet je zeker niet meer dan twee marathons per jaar lopen, liefst met zes maanden tussen de eerste en de tweede. Dan heeft je lichaam voldoende tijd om te herstellen van de eerste en is er genoeg tijd om rustig op te bouwen naar de tweede. Dat is een algemeen geaccepteerde hardloopwijsheid. Twee marathons per jaar is trouwens al best veel.

sportograf-137598549

Als trainer zou ik iemand niet aanraden het anders te doen. Het trainen voor en lopen van een marathon is een behoorlijke aanslag op je lichaam. De meeste lopers zou ik zelfs adviseren het bij een marathon per jaar te houden. Focus je voor de rest van het jaar lekker op andere, kortere afstanden. Hou het fris!

Zelf heb ik me niet altijd aan bovenstaande stelregels gehouden en ik sta op het punt me daar weer niet aan te houden. Ik liep eind mei een marathon in Leiden, half september nog eentje in Berlijn en op 21 oktober staat de Amsterdam Marathon op het programma. Dat zijn er drie binnen een half jaar. Zo zou ik het zeker niet nog een keer plannen, maar soms doen zich mogelijkheden voor die je niet wilt laten lopen en loop je dus.

Zo vlak na Berlijn nog een marathon lopen, zou ik niet doen als ik het als heel risicovol inschatte. Ik had me vlak voor Berlijn voorgenomen dat als ik er goed doorheen kwam, ik Amsterdam erachter aan ging plakken. Als ik volledig gesloopt uit Berlijn was gekomen, had ik een streep door Amsterdam gezet. Maar zoals je hier kunt lezen, liep Berlijn als een zonnetje en voelde ik me kiplekker. Het is heel anders als je de laatste tien kilometer van een marathon moet harken om de finish te halen, als je spieren verkrampen en de man met de hamer je de kracht uit de poten, het licht uit de ogen en de lucht uit de longen heeft geslagen.

Wat mede bepaalt of je meerdere marathons in korte tijd kunt lopen, is het aantal kilometers dat je in de benen hebt. Ben je gewend om al jaren een paar duizend kilometer per jaar te lopen, dan zijn je spieren en pezen gewend aan de belasting van het lopen. Dan schrikt je lichaam minder van een marathon en herstel je over het algemeen makkelijker.

Na de finish in Berlijn restten mij nog vijf weken voor de start in het Olympisch Stadion. Dat betekende een week rust, een week opbouwen, twee weken voluit trainen en een week taperen. Die korte taper heeft te maken met de manier waarop ik momenteel aan het trainen ben; namelijk volgens het principe van Energy Control – minder kilometers, hoge intensiteit, alles op hartslag. Dat schema volg ik nu tussen de marathons in nog steeds. Het mooie van op hartslag trainen is dat je een heel goed inzicht krijgt in hoe je lijf ervoor staat. De eerste twee trainingen na Berlijn kon ik duidelijk zien dat mijn hartslag veel sneller hoog zat dan in de periode voor die marathon. Afgelopen maandag ging het alweer een stuk beter.

Als je marathons dicht op elkaar loopt, hoef je er niet op te rekenen dat je twee keer een toptijd loopt. Die tweede zal vermoedelijk langzamer zijn. Maar wat maakt het uit. Als je die op een lager tempo wel goed kunt finishen is het mooi genoeg. Toch?

Marathons lopen is prachtig. Maar wees verstandig en marathon met mate. Volg niet mijn voorbeeld.

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Berlijn in a heart beat

“Had je niet na 25 kilometer een enorme dip omdat je geen lange duurlopen had gedaan?” “Hoe gingen de laatste 15 kilometer?” Dat waren de vragen die ik kreeg over mijn ervaringen tijdens de Berlin Marathon, waarvoor ik had getraind met de Energy Control-methode. Geen duurlopen langer dan 16 kilometer, maar wel intensief trainen en alles op hartslag.

sportograf-137831434_lowres

Ik heb me trouwens ook best vermaakt tijdens de race.

Die vragen zijn natuurlijk logisch. Je weet dat het succes van een marathon aankomt op hoe je de laatste 10 tot 12 kilometer doorkomt. En wat als je nu juist niet dat soort afstanden hebt gelopen in je training? Ik kan me dan ook best voorstellen dat die onbekendheid, die gok zo je wilt, veel mensen ervan weerhoudt om zich op een marathon voor te bereiden met Energy Control. Maar na dit weekend durf ik het iedereen met een gerust hart aan te raden.

Want holy crap, wat liep ik een lekkere marathon! Vooraf hoopte ik op een tijd onder de 3 uur 10, zoals ik hiero eerder schreef. Pas in de laatste vijf kilometer begon het bij me te dagen dat ik in de buurt van mijn pr (3:04,38) ging komen. Het was niet eerder dan bij kilometer 40 dat ik doorkreeg dat ik eronder zou kunnen duiken en toen ik mijn horloge bij 42 kilometer nog steeds 3:03 zag aangeven ben ik ervoor gaan sprinten. Binnen: 3:04,04!

Van coach Martijn Rodijk had ik een schema met de hartslagen meegekregen. De eerste 5 km moest ik onder de 160 blijven. Dat leverde een split van 21:50 op, 4:22 per/km. Van 5 tot 10 mocht ik klimmen naar 162; dat blok ging in 21:45. Van kilometer 10 tot en met 30 liep ik op mijn lage marathonhartslag; tot en met 164 beats per minuut. De 5km-blokken gingen in 21:47, 21:43, 22:02 en 22:04. Het plan liep als een trein en ik ook.

Na 30 kilometer mocht mijn hartslag oplopen naar 167 en omdat ik steeds zo rond de 162/163 liep, mocht ik van mezelf op dat punt een beetje versnellen, resulterend in een 5 km in 21:37. Tussen 35 en 40 voelde ik dat ik nog niet teveel gas moest geven, omdat anders de kramp erin zou kunnen schieten (kuit of hamstring). Ontspannen blijven lopen betekende een tempo van 4:25 per kilometer. Dat vond ik in dat stadium van de marathon al een behoorlijk luxe. Na 40 kilometer mocht ik naar de laatste versnelling schakelen en haalde ik tot aan de finish een pace van 4:14 per kilometer. Precies op de finishlijn behaalde ik met 178 mijn hoogste hartslag van de dag.

Dat ik met een ernstig verkorte voorbereiding – ik was aan het trainen voor Amsterdam op 21 oktober toen Berlijn ertussendoor kwam (lees hier) – zó zou kunnen lopen, had ik absoluut niet verwacht. Je kunt je voorstellen dat ik daar niet alleen knettertevreden over ben, maar ook en vooral superblij. Vooral de manier waarop de race verliep, stemt me gelukkig; twee nagenoeg even snelle marathonhelften. Het verval was maar 25 seconden over het tweede deel.

Wat een weekend was het! Een pr lopen in de marathon waarin Eliud Kipchoge een historisch wereldrecord liep; hoe mooi is het?

Op de door Stans van der Poel ontwikkelde methode Energy Control, door Koen de Jong en consorten slim vermarkt als Sportrusten, is heel veel kritiek geweest de afgelopen jaren. De vijandigheid over deze andere aanpak heeft me vaak verrast. Die vind ik raar en totaal onnodig. Live and let live. Conservatieve hardlopers vinden het lui dat je geen 80 tot 120 kilometer per week draait. Ik nodig deze groep van harte uit het eens te proberen. Ik heb namelijk behoorlijk hard moeten werken om mijn trainingshartslagen te halen de afgelopen weken.

Of je met deze methode het uiterste uit de hardloper in jou haalt, weet ik nog steeds niet. Misschien moet je daar toch iets meer kilometers voor maken. Of je met ouderwets lang, veel en langzaam lopen het uiterste uit jezelf haalt, staat ook niet vast. Dat weet ik wel. Er is simpelweg geen perfecte methode die voor iedere loper werkt. Trainen is maatwerk.

De lange duurlopen op lage hartslag heb ik wel gemist trouwens. Het is heerlijk om lekker urenlang op pad te gaan. Dat zal ik ook zeker weer gaan doen. Mijn ervaring met Energy Control is in elk geval heel positief. Voor mij heeft het absoluut gewerkt. Hoera!

Posted in Uncategorized | 3 Comments

Wat wordt het?

Het hoort bij de rituele dans voorafgaand aan de marathon. De vraag naar je plannen. Beter gezegd, de vraag naar de tijd waarbinnen je hoopt te finishen. En natuurlijk heb ik altijd wel iets in gedachten, maar zin om dat te delen heb ik niet per se. Zeker na een paar keer hard mijn doelen van de daken te hebben geschreeuwd en ze niet te hebben gehaald, zou ik nu eigenlijk liever niks zeggen en gewoon lopen en dan ziet men wel wat het is geworden.

VONDEL - Fast Five April7

Foto: Nigel van der Horst

Maar dat ga ik niet doen. Ik deel van alles en nog wat over lopen en over mijn training, dus indekken of wegduiken past niet. Voor de draad ermee! Streeftijd? Ik weet het niet, maar ik ga er wel een gooi naar doen.

De afgelopen weken heb ik getraind volgens het principe van Energy Control; relatief weinig kilometers, maar veel pittige trainingen en alles vrij nauwkeurig op hartslag. Die training gaat lekker. Ik heb weer aardig wat snelheid in de benen en ik geloof dat ik met deze trainingsaanpak echt een hele redelijke marathon kan lopen. Maar, er is een maar. Berlijn komt vijf weken te vroeg. Trainer Martijn Rodijk had mijn schema afgestemd op de marathon van Amsterdam op 21 oktober en niet op die van Berlijn op 16 september. Dat scheelt nogal.

Best jammer vind ik het wel dat ik nu het schema niet afmaak en dus niet echt ga zien wat deze trainingsaanpak me zou opleveren. Maar goed, dat is nogal een luxeprobleem en ik kan het altijd nog een keer overdoen.

Terug naar Berlijn. Martijn heeft de marathon voor me in stukken opgedeeld en voor elk blok van die 42,195 kilometer heb ik een hartslag waar ik op moet lopen. 159, 162, 164, 167, 170, 176. Zegt je niet zoveel, hè? Mij inmiddels wel. Vooral die 164 is belangrijk, daar loop ik het grootste deel van de marathon op. Afgelopen maandag liep ik 16 kilometer op en rond de 164 slagen per minuut en dat kwam neer op een gemiddelde snelheid van 4 minuten en 17 seconden per kilometer. Reken ik de eerste kilometer, de ‘opwarmkilometer’, niet mee, dan was het gemiddeld 4:12 minuut per km. Als ik dat een hele marathon zou kunnen lopen, dan liep ik onder de 3 uur. Een droomtijd. Sub 3 lopen, dat gaat niet gebeuren. Aan het eind van die 16 km van maandag liepen de kilometertijden namelijk al op tot net boven de 4:20.

Maar wat dan wel? Ik heb best goede hoop dat ik goed genoeg ben om onder de 3 uur 10 te lopen. Dáár ga ik alleen niet op lopen. Ik ga me aan die hartslagen houden en dan zie ik in de laatste kilometers wel of ik inderdaad weer eens onder de 3:10 kan komen. Zou ik heel blij mee zijn. Dit keer bepaalt dus niet de streeftijd mijn tempo, maar mijn hartslag. Eigenlijk is dat natuurlijk altijd zo. Je lijf bepaalt wat het wordt, niet je verlangens.

Heel nieuwsgierig ben ik naar dit experiment. Vooral heb ik er enorm veel zin in

Posted in Uncategorized | 2 Comments